Zo spannend was het in jaren niet meer in de Formule 1. In de jacht op zijn zesde wereldtitel stuitte Michael Schumacher op onverwacht veel tegenstand. Eerst kreeg hij die van de jonge McLaren-coureur Kimi Raikkonen, die tot aan de Grand Prix van Canada de leiding in het WK in handen had. Later kwam daar ook nog eens Juan-Pablo Montoya bij. Maar zowel de Williams-rijder als Raikkonen legde het uiteindelijk toch af tegen Schumacher. Hoeveel leuker en spannender het was dan de voorgaande drie jaren blijkt wel uit het grote aantal verschillende winnaars in 2003: maar liefst acht. Fernando Alonso werd de jongste winnaar ooit. Jos Verstappen keerde terug in de Formule 1 bij Minardi, maar de gehoopte resultaten bleven uit.
|
| |
| [01] Ferrari F2003-GA |
 |
De Scuderia heeft de rust bewaard
Ferrari leverde een uitmuntende prestatie. Misschien nog wel imposanter dan het succesjaar 2002. Voor het vijfde achtereenvolgende jaar werd de constructeurstitel veroverd, voor de dertiende keer in totaal. En: Michael Schumacher vestigde een record met zijn zesde wereldtitel. Maar ondanks dat het team in acht van de zestien Grand Prix' zegevierde ging het niet makkelijk. En dat is nog voorzichtig uitgedrukt. |
|
|
| [02] Williams BMW FW25 |
 |
Williams: te weinig adem
Williams-BMW maakte dit jaar te veel fouten. Technisch, motorisch, tactisch. Ook de coureurs verprutsten de kansen. Ralf Schumacher en Juan-Pablo Montoya gooiden nodeloos punten weg. Williams had de beste auto, de sterkste motor, maar niet de beste organisatie en zeker niet de beste coureurs. In de speigel kijken en afvragen wat er aan te doen is - dat is nodig. Want er zat méér in dan de tweede plaats bij de constructeurs en vier Grand Prix-zeges. |
|
| |
| [03] McLaren Mercede MP4-17D |
 |
De auto die nooit een race reed
Het verhaal van McLaren-Mercedes in 2003 werd goeddeels geschreven door het sprookje van de mysterieuze MP4-18. De auto dir nooit een meter tijdens een Grand Prix reed. En zal rijden, want de '18' is inmiddels in het museum verdwenen. En dat terwijl er door het team van Ron Dennis voor en gedurende het seizoen aardig wat Engelse ponden in waren gestoken. Met de oude McLaren MP4-17D bleef Kimi Raikkonen nog tot en met de laatste Grand Prix meedoen om de titel. Bijna een mirakel. |
|
|
| [04] Renault R23 |
 |
Het gelijk van Flavio Briatore
Vier of vijf podiumplaatsen. Daar werden de hoge heren Schweitzer en Faure van Renault het niet over eens toen in de winter tijdens de team-presentatie op Circuit Paul Ricard vooruit werd geblikt naar het seizoen 2003. Het werden er uiteindelijk vijf, inclusief een prachtige Grand Prix-zege van Fernando Alonso in Hongarije. Renault werd het voorbije seizoen de luis in de pels bij de 'grote drie'. |
|
| |
| [05] British American Racing Honda 005 |
 |
B.A.R's onopgemerkte opmars
Het was bij B.A.R vanaf het begin van het jaar onrustig. Jacques Villeneuve en nieuwe rekruut Jenson Button lagen al voor het seizoen begon met elkaar overhoop. Tot genoegen van teambaas Dave Richards. Allemaal goed voor het imago. Voor de resultaten was het misschien ook wel ideaal, want Button was gebrand op succes en hij reed Villeneuve uiteindelijk letterlijk de Formule 1 uit. In Japan zat Honda-protégé Takuma Sato achter het stuur. Ondanks (of dankzij?) de schermutselingen eindigde B.A.R - vooral dankzij een geweldige finale op Suzuka - op de felbegeerde vijfde plaats bij de constructeurs. |
|
|
| [06] Sauber Petronas C22 |
 |
De schaduw van de windtunnel
Bij Sauber wisten ze al voor de seizoensouverture in Melbourne dat het een moeilijk jaar zou gaan worden. Niet dat de C22 een beroerde auto was, alleen bleek de concurrentie een stuk sneller geworden. Die had meer vooruitgang geboekt dan de Zwitsers. Dat Sauber toch nog als zesde eindigde in het constructeurs-WK mag bijna een wonder worden genoemd. |
|
| |
| [07] Jaguar Cosworth R4 |
 |
Jaguar: morele opkikker
Nog voor het seizoen begon was het al weer hommeles bij Jaguar. Teambaas Niki Lauda werd plotseling op straat gezet, en vervangen door Britse Ford-vertrouwelingen. En half juli werd tweede coureur Antonio Pizzonia, nog aangesteld door Lauda, na een schimmig spel uitgerangeerd. Jaguar hoopte vooraf op een vijfde plaats bij de constructeurs, maar dat bleek te hoog gegrepen. Niettemin zorgde Mark Webber voor menig positieve verrassing. |
|
|
| [08] Toyota TF103 |
 |
De neus aan het venster
De eerste seizoenshelft was voor Toyota een grote tegenvaller. Veel technische defecten, vooral bij Olivier Panis. Maar daarna kwamen er geregeld punten, én enkele opvallend goede kwalificatieresultaten. Bovendien reed er voor het eerst in de historie een Toyota aan de leiding van een Grand Prix. Toyota profiteerde hetafgelopen seizoen van de nieuwe puntentelling, want er werd liefst vier maal gescoord aan de hand van zevende en achtste plaatsen. Nam niet weg dat er progressie werd geboekt ten opzicht van het debuutjaar 2002. |
|
| |
| [09] Jordan Ford EJ13 |
 |
Kommel, kwel... en een zege!
Jordan kende een seizoen met bijna alleen maar dieptepunten. De EJ13 was te langzaam en bovendien hoogst onbetrouwbaar. Giancarlo Fisichella hield het tegen het einde van zijn tweede seizoen bij de gelen (en zijn derde sinds 1997) niet langer uit en tekende op Monza een verbintenis met Sauber. Toch werd er ook gejuicht: de Italiaan won uitermate verrassend de verregende Grand Prix van Brazilië. Al kreeg hij de zege pas vijf dagen na de race toegekend. |
|
|
| [10] Minardi Cosworth PS03 |
 |
De martelgang van Minardi
Paul Stoddart beloofde voor 2003 podiumfinishes, vooral dankzij de krachtige Cosworth-motor die de oude Asiatech-krachtbronnen rap dienden te vergeten. Het koppel Jos Verstappen en Justin Wilson zou Minardi het beste seizoen uit het 18-jarige bestaan moeten schenken. Het werd een nachtmerrie. De PS03 was wellicht de slechtste Minardi ooit, en slechts door interventie van de Nederlandse geldschieters Trust, Muermans Group, Halfords en Wilux kon Minardi het seizoen afmaken. Er werden - ondanks de nieuwe telling - géén punten gescoord. |
|